donderdag 22 maart 2012

Payton

Ik was op weg geweest naar de bibliotheek, toen ik me opeens bedacht dat ik mijn portomonnee vergeten was. Ik keerde dus maar weer om, omdat ik niet graag van huis ging zonder mijn portomonnee. Ik vergat eigenlijk nooit dingen mee te nemen. Het kwam vast door het belachelijke verhaal van Pam. Ze had me een beetje van slag gemaakt, al snapte ik niet helemaal waarom. Na wat files, kwam ik eindelijk weer aan bij het huis. Wat begon vandaag toch fantastisch. Zucht. Ik stapte uit de auto en gooide de deur dicht. Gelukkig waren Phoenix en Pam al niet meer thuis, anders was het allemaal erg awkward geworden. Ik gooide de deur dicht en liep naar de keukentafel, waar mijn portomonnee zou moeten liggen. Dat was alleen niet zo. Ik zuchtte even diep en liep toen naar de woonkamer. Hij zou hier toch ergens moeten liggen.. Behalve als.. Pam.. Nee. Dat zou ze niet doen.. Toch? "Damn it." mompelde ik. Ik haalde een hand door mijn haar, dat ik vandaag los had laten hangen. Waar zou het kunnen zijn? Ik hoorde de bel gaan, toen ik nog eens naar de keuken liep. Ik besloot het even te negeren. Ik moest eerst zoeken. Het had geen pootjes. Het kon niet kwijt zijn. Ik trok uit wanhoop een paar keukenkastjes open en gooide ze toen met een zucht weer dicht. De bel ging nu al voor de derde keer. Wat een opdringerig type zeg. "Jaja!" zei ik geïrriteerd, terwijl ik naar de deur begon te lopen. Wat was vandaag toch een afschuwelijke dag. Ik trok de deur met een geïrriteerd gezicht open, maar was verbaasd door wat ik zag. Een jongeman van een jaar of vijfentwintig met donkerblond haar keek me aan. Wat eigenlijk nog het eerst opviel waren zijn prachtige, groene ogen. Hé.. Wacht.. Ik kende die ogen.. "Payton Halliwell?" zei hij met gefronste wenkbrauwen. Ik sloeg mijn hand voor mijn mond. "Tom? Tom McKingly?" zei ik verbaasd. We waren jaren geleden echt hele goede vrienden geweest. Misschien zelfs wel meer dan dat.. Tom was hier maar een jaar geweest, om te studeren. We hadden elkaar ontmoet op de universiteit, toen ik nog maar een eerstejaars was. We raakten bevriend, en uiteindelijk werden we meer dan vrienden. Maar voordat het echt serieus kon worden, ging hij terug naar New York. Ik was er echt heel erg kapot van geweest, na die tijd. "Jeetje mina! Wat doe jij nou weer hier!" zei ik nog steeds helemaal verbaasd. Tom graaide naar iets in zijn jaszak, en hield het omhoog. Het was een rechercheur's badge. "Puur zakelijke doeleinden eigenlijk." zei hij, met een licht schuldig gezicht. "Wow. Rechercheur. Impressive." zei ik. "En wat doe jij nu dan?" vroeg hij geïnteresseerd. "Ik studeer nog steeds. Ik ben nu bijna klaar." Ik aarzelde even. Er waren zoveel dingen die ik hem nog wilde vragen.. Maar hij was nu aan het werk. Ik kon niet zomaar van hem verwachten dat hij tijd voor me maakte. Ach ja. Waarom zou ik het ook niet gewoon proberen. Ik beet even op mijn lip. "Zeg.. Ehm.. Is er tussen die zakelijke doeleinden misschien tijd voor een kopje koffie?"

Geen opmerkingen:

Een reactie posten